ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8579
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
Eiser is op 23 augustus 2002 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege zijn Surinaamse nationaliteit en het ontbreken van een identiteitsdocument. Eiser voerde aan dat de procedure voorafgaand aan de inbewaringstelling onduidelijk was en dat hij reeds tien dagen in een politiecel zat, waardoor wijziging van de tenuitvoerlegging gewenst was. Tevens stelde hij dat eerdere bewaring was opgeheven wegens het ontbreken van uitzettingsmogelijkheden.
De rechtbank overwoog dat de bevoegdheid van de vreemdelingenrechter beperkt is tot beoordeling van vrijheidsontnemingen op grond van de Vreemdelingenwet en niet strekt tot toetsing van strafrechtelijke voortrajecten. Uit het dossier bleek dat eiser op 23 augustus 2002 in vrijheid is gesteld en overgedragen aan de vreemdelingendienst, wat voldoende is om eventuele onrechtmatigheden te beoordelen. De rechtbank zag geen aanleiding het beroep gegrond te verklaren wegens ontbrekende stukken.
Verweerder stelde dat er voldoende gronden waren voor bewaring, waaronder het ontbreken van een identiteitsdocument en het ontbreken van een vaste verblijfplaats. De rechtbank achtte de toezegging van Surinaamse autoriteiten voor het verstrekken van een laissez-passer voldoende om voortvarendheid in het verwijderingsproces aan te nemen.
Ten aanzien van de tenuitvoerlegging overwoog de rechtbank dat bewaring in een politiecel toelaatbaar is zolang er geen plaats beschikbaar is in een Huis van Bewaring. Er waren geen bijzondere omstandigheden om het plaatsingssysteem te doorbreken. Daarom bestond geen aanleiding tot wijziging van de tenuitvoerlegging.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was toegepast en uitgevoerd, dat het beroep ongegrond was, en dat het verzoek om schadevergoeding moest worden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.