ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9164
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van driejarenbeleid en contra-indicaties
Verzoeker, afkomstig uit Kinshasa en behorend tot de Bakongo-bevolkingsgroep, vroeg asiel aan in Nederland en stelde aanspraak te maken op een verblijfsvergunning op basis van het driejarenbeleid. Hij voerde onder meer aan te vrezen voor vervolging wegens wisselen van vals geld en stelde dat zijn identiteitskaart authentiek was en dat hij oogletsel had opgelopen door geweld.
De voorzieningenrechter achtte de verklaringen van verzoeker over zijn identiteitskaart, oogletsel en vertrekdata ongeloofwaardig. De identiteitskaart vertoonde sporen van vervalsing, en medisch advies wees uit dat het oogletsel niet door een slag was veroorzaakt. Tevens waren er tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over data. Verzoekers vrees voor vervolging werd niet als vluchtelingrechtelijk relevant beoordeeld omdat het ging om een commun delict zonder discriminatoire bestraffing.
Verweerder had ambtshalve besloten verzoeker geen reguliere verblijfsvergunning te verlenen op grond van het driejarenbeleid, mede vanwege twee contra-indicaties: het overleggen van een niet-authentieke identiteitskaart en het plegen van meerdere misdrijven, waaronder een veroordeling voor rijden onder invloed.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder zich in redelijkheid op dit standpunt kon stellen en dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen verblijfsvergunning te verlenen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.