ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9471
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H. van Essen
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- H.J.H. van Meegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergunning verblijf wegens verbroken gezinsband en beleidsvrijheid
Eiseres, van Surinaamse nationaliteit, verzocht om een vergunning tot verblijf met als doel verblijf bij haar moeder in Nederland. Eerdere procedures in 1995 en 1998 hadden al vastgesteld dat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en haar moeder verbroken was. De aanvraag van 1998 werd afgewezen en het bezwaar daartegen ongegrond verklaard.
In deze procedure werd beoordeeld of de afwijzing stand kon houden. De rechtbank concludeerde dat eiseres geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die tot een andere beslissing konden leiden. Het enkele tijdsverloop en de veranderde situatie in Suriname werden niet als nieuw aangemerkt. De beleidswijziging in TBV 2002/4, die een langere termijn aanhoudt voor het aannemen van een gezinsband, kon niet met terugwerkende kracht worden toegepast.
Eiseres voerde aan dat zij in Suriname geen opvang had en minderjarig was, maar dit werd onvoldoende onderbouwd met verifieerbare stukken. De rechtbank vond dat verweerder binnen zijn beleidsvrijheid handelde en het bezwaar terecht ongegrond verklaarde. Er waren geen klemmende humanitaire redenen voor verblijf en geen schending van hoor- of procesrechten vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de feitelijke gezinsband verbroken is, waardoor geen vergunning tot verblijf wordt verleend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een vergunning tot verblijf wordt afgewezen wegens verbroken gezinsband.