ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9537
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens medische belemmering uitzetting tuberculose
Eiser werd op 17 juni 2002 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Op 5 juli 2002 werd bij eiser een besmettelijke vorm van tuberculose vastgesteld, waardoor hij tijdelijk niet kon reizen. Volgens artikel 64 Vw Pro 2000 en het beleid in hoofdstuk A4/7.3 Vc 2000 mag uitzetting niet plaatsvinden zolang dit vanwege gezondheid niet verantwoord is.
De rechtbank stelt vast dat vanaf 5 juli 2002 beletselen tegen uitzetting bestonden, waardoor eiser rechtmatig verblijf had op grond van artikel 8, aanhef en onder j, Vw 2000. Het voortduren van de bewaring vanaf die datum is daarom onrechtmatig, omdat artikel 59 Vw Pro 2000 geen grondslag biedt voor bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf.
Verweerder stelde dat de medische belemmering later was opgeheven, maar de rechtbank oordeelt dat dit niet rechtvaardigt dat de bewaring vanaf 5 juli 2002 voortduurde. De bewaring had toen opgeheven moeten worden. Na opheffing van de belemmering kan opnieuw bewaring worden ingesteld als aan voorwaarden wordt voldaan.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring per direct en kent eiser een billijke schadevergoeding toe van €3710,- (53 dagen x €70,-). Tevens worden de proceskosten van €322,- aan eiser toegekend, te voldoen door de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: Bewaring wordt per direct opgeheven wegens medische belemmering uitzetting en eiser krijgt schadevergoeding toegekend.