ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9663
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging verblijfsvergunning zelfstandige op grond van Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag
Eiser, een Amerikaanse onderdaan, heeft een verblijfsvergunning gekregen voor het verrichten van arbeid als zelfstandige op grond van het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag. Verweerder weigerde de geldigheidsduur van deze vergunning te verlengen omdat eiser niet voldeed aan het middelenvereiste uit de Vreemdelingencirculaire 1994.
De rechtbank stelde vast dat eiser aan het vereiste van aanzienlijk kapitaal voldeed zoals bepaald in artikel II van het Vriendschapsverdrag. De kernvraag was of het middelenvereiste aan eiser kon worden tegengeworpen. Verweerder stelde dat dit alleen kan indien geen verblijfsaanspraken aan het verdrag kunnen worden ontleend.
De rechtbank oordeelde dat het middelenvereiste niet aan eiser kan worden tegengeworpen omdat hij wel degelijk verblijfsaanspraken ontleent aan het verdrag. Hierdoor werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen voor vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van verlenging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.