ECLI:NL:RBSGR:2002:AF0192
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voorrecht begrafeniskosten bij erfopvolging onder algemene titel
X. heeft begrafenisdiensten verricht voor de ouders van Y. en factureerde hiervoor een bedrag dat onbetaald bleef. Na een eerdere toewijzing van de vordering door de rechtbank, werd Y. onder schuldsaneringsregeling geplaatst met benoeming van een bewindvoerder. X. vordert in deze procedure dat haar vordering het recht van voorrang toekomt volgens artikel 3:288 sub b BW Pro, ook na erfopvolging onder algemene titel.
De bewindvoerder betwist dat het voorrecht op de gehele vermenging van het vermogen van Y rust en stelt dat het voorrecht beperkt is tot de goederen van de nalatenschap. De rechtbank overweegt dat het wettelijke voorrecht van begrafeniskosten bedoeld is om een behoorlijke begrafenis te waarborgen en strikt moet worden uitgelegd. Uit de wetsgeschiedenis en literatuur volgt dat het voorrecht niet automatisch overgaat op het gehele vermogen van de erfgenaam bij erfopvolging onder algemene titel.
De rechtbank sluit zich aan bij de visie dat de begrafenisondernemer via artikel 4:1153 BW Pro afscheiding kan vorderen om het voorrecht te behouden, maar dat dit in deze zaak niet is gebeurd. De vordering van X. mist daardoor de preferentie en wordt afgewezen. X. wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt X. in de proceskosten.