ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1330
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M.C. Kolkert
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens verleende verblijfsvergunning regulier karakter
Eiser, een Soedanese asielzoeker, diende in 1998 een aanvraag in voor toelating als vluchteling. Na bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing en een daarop volgend beroep, oordeelde de rechtbank in 2000 dat de beslissing niet tijdig was genomen. Eiser stelde in oktober 2000 opnieuw beroep in tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaar.
Verweerder besloot in juli 2001 het bezwaar ongegrond te verklaren, maar verleende eiser een verblijfsvergunning regulier met de beperking 'verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling', geldig vanaf oktober 1998 met verlengingen tot juni 2001, en een verblijfsvergunning regulier 'voortgezet verblijf' geldig tot juni 2003. Eiser vorderde alsnog toelating als vluchteling en stelde dat termijnen waren overschreden die zijn rechtspositie hadden geschaad.
De rechtbank oordeelde dat nu eiser in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning regulier, hij geen belang meer heeft bij doorprocederen voor een andere verblijfstitel. Het regulier karakter van de vergunning leidt niet tot een rechtens te honoreren belang bij voortzetting van het beroep. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werden geen proceskosten aan eiser opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser een verblijfsvergunning regulier heeft ontvangen en geen belang meer heeft bij doorprocederen.