ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1380
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring in politiecel langer dan toegestane termijn
Eiser is op 23 augustus 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld en verbleef langer dan de wettelijk toegestane termijn van tien dagen in een politiecel, namelijk tot 3 september 2002, voordat hij werd overgeplaatst naar een Huis van Bewaring. De rechtbank stelt vast dat de tenuitvoerlegging van de bewaring in strijd is met artikel 15a van de Penitentiaire Beginselenwet, dat een maximale verblijfsduur van tien dagen in een politiecel voorschrijft.
Eiser voerde aan dat de voortzetting van de bewaring onrechtmatig was, mede omdat niet duidelijk was of er plaats was in een Huis van Bewaring en omdat eerdere presentaties bij autoriteiten negatief waren, waardoor voortzetting van de bewaring niet gerechtvaardigd was. Verweerder stelde dat de overplaatsing op de elfde dag toelaatbaar was en dat een nieuwe presentatie bij Marokkaanse autoriteiten mogelijk was.
De rechtbank oordeelt dat de bewaring vanaf de elfde dag onrechtmatig is en beveelt de opheffing van de bewaring per 13 september 2002. Tevens kent de rechtbank een schadevergoeding toe aan eiser voor de onrechtmatige dagen in de politiecel en het Huis van Bewaring, en veroordeelt de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: Bewaring in politiecel langer dan tien dagen onrechtmatig; bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend.