ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1559
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing toelating tijdelijke witte-illegalenregeling wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om toelating op grond van de tijdelijke witte-illegalenregeling TBV 1999/23. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet ononderbroken verblijf in Nederland sinds 1 januari 1992 zou hebben aangetoond. Eiser bracht getuigenverklaringen en diverse bewijsstukken in om zijn verblijf aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat de door eiser overgelegde getuigenverklaringen niet alleen afkomstig waren van familie of belanghebbenden, maar ook van derden zoals een imam en een tandarts. Dit leidde tot de conclusie dat verweerder op grond van artikel 3:2 Awb Pro een onderzoeksplicht had om de feiten zorgvuldig te onderzoeken.
Verweerder had deze onderzoeksplicht niet voldoende nageleefd door de verklaringen niet inhoudelijk te beoordelen en geen nader onderzoek te verrichten. De rechtbank stelde vast dat dit gebrek aan zorgvuldigheid in de voorbereiding van het besluit tot vernietiging van het bestreden besluit leidde.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van de uitspraak. Het griffierecht werd aan eiser vergoed. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van het verzoek om toelating op grond van de tijdelijke witte-illegalenregeling wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid bij de feitenonderzoekplicht.