ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1574
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vakantie vanuit WAO mag niet tegen WW-uitkering worden ingeroepen
Eiser, arbeidsongeschikt sinds 8 augustus 2000, vroeg toestemming voor vakantie van 23 juli tot 2 september 2001, welke op 5 juni 2001 werd verleend. Na beëindiging van de WAO-wachttijd per 8 augustus 2001 bleek eiser minder dan 15% arbeidsongeschikt en vroeg hij met terugwerkende kracht een WW-uitkering aan. Verweerder weigerde deze, omdat eiser tijdens zijn vakantie niet beschikbaar zou zijn geweest voor de arbeidsmarkt.
De rechtbank oordeelt dat de toestemming voor vakantie niet alleen voor de WAO-uitkering gold, maar ook voor de WW-uitkering, omdat eiser niet kon weten dat hij een WW-uitkering zou aanvragen en verweerder dit had moeten voorzien en erop wijzen. De vakantie viel binnen de vier weken zoals bepaald in het Vakantiebesluit, waardoor eiser recht heeft op WW-uitkering over de vakantieperiode.
De rechtbank vernietigt het besluit van verweerder en veroordeelt hem in de proceskosten. Eiser wordt geacht op de eerste dag van werkloosheid beschikbaar te zijn geweest, ondanks de vakantie, omdat hij pas na terugkomst hoorde dat hij geen WAO-uitkering kreeg en zich direct beschikbaar stelde.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van verweerder en kent eiser de WW-uitkering toe over de vakantieperiode.