ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2364
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken gelegaliseerde ongehuwdverklaring en bewijsnood
Eiser, een Ghanese vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn partner. Verweerder wees dit af wegens het ontbreken van een gelegaliseerde ongehuwdverklaring. Eiser stelde primair dat het driejarenbeleid te strikt werd toegepast en subsidiair dat hij wegens bewijsnood vrijstelling van het legalisatievereiste diende te krijgen.
De rechtbank oordeelde dat het driejarenbeleid niet onredelijk is en dat het ontbreken van gelegaliseerde documenten alleen een contra-indicatie vormt bij het verstrekken van onjuiste gegevens, wat hier niet aan de orde was. De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij alles in het werk had gesteld om de benodigde documenten te verkrijgen en dat de bewijsnood niet was aangetoond.
Verder werd geoordeeld dat het niet tijdig beslissen op het bezwaar niet apart beoordeeld hoefde te worden wegens gebrek aan belang. De rechtbank veroordeelde verweerder wel tot vergoeding van proceskosten vanwege de vertraging in de besluitvorming.
Het beroep tegen het besluit van 8 juli 2002 werd ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak stond geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in bewijsnood verkeerde voor vrijstelling van het legalisatievereiste.