ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2812
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken strafrechtelijk voortraject
Eiser, een Egyptische vreemdeling, werd op 17 oktober 2002 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel en vroeg tevens schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 25 oktober 2002.
Eiser voerde aan dat hij niet strafrechtelijk was aangehouden en dat het proces-verbaal onjuist was opgemaakt. Verweerder stelde dat er sprake was van een strafrechtelijke staandehouding voorafgaand aan de vreemdelingenbewaring, waardoor toetsing door de rechtbank niet aan de orde was. Uit de proces-verbalen bleek echter dat geen strafrechtelijk traject had plaatsgevonden; de aanhouding was vreemdelingenrechtelijk van aard.
De rechtbank oordeelde dat het proces-verbaal dat verweerder als strafrechtelijk aanvoert, niet als zodanig kan worden beschouwd. Omdat geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf op basis van een strafrechtelijk traject bestond, was de ophouding en daaropvolgende bewaring onrechtmatig. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval opheffing van de bewaring en kende eiser een schadevergoeding toe van €665,-. Tevens werden proceskosten van €644,- aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bewaring onrechtmatig was en beveelt opheffing met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.