ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2815
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken strafrechtelijk traject
Eiser, een vreemdeling van Zaïrese nationaliteit, werd op 12 oktober 2002 strafrechtelijk aangehouden en later vreemdelingenrechtelijk in bewaring gesteld. De rechtbank oordeelt dat tussen het einde van het strafrechtelijk traject en het begin van de vreemdelingenbewaring geen strafrechtelijk traject bestond dat rechtvaardiging bood voor de vrijheidsontneming. Hierdoor was de vreemdelingenbewaring vanaf het begin onrechtmatig.
Eiser verbleef langer dan tien dagen zonder geldige titel in een politiecel en stelde dat hij ten onrechte niet in verzekering was gesteld na het strafrechtelijk traject. Verweerder voerde aan dat er voldoende grond was voor de bewaring en dat eiser bekend stond onder meerdere aliassen en eerder naar Suriname was uitgezet.
De rechtbank concludeert dat het enkele vervallen van het strafvorderlijk belang niets zegt over een strafrechtelijk traject en dat de vrijheidsontneming zonder voorafgaande staandehouding onrechtmatig was. Daarom wordt de bewaring opgeheven met ingang van 25 oktober 2002 en wordt de Staat veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatigheid en eiser ontvangt een schadevergoeding van €950.