ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2823
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en bewaring wegens onvoldoende redelijk vermoeden illegaal verblijf
Eiser werd op 7 oktober 2002 in bewaring gesteld wegens vermeend illegaal verblijf. Hij stelde dat er geen redelijk vermoeden bestond voor zijn staandehouding en dat de bewaring onrechtmatig was. Tevens klaagde hij over het ontbreken van juridische bijstand en de mogelijkheid om asiel aan te vragen.
Verweerder voerde aan dat politieagenten op zoek waren naar eiser, dat zij een foto van hem hadden en dat er een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond. De rechtbank constateerde echter dat deze feiten niet uit het dossier blijken en dat het proces-verbaal een andere situatie beschrijft, namelijk het aantreffen van andere personen in een woning waar een illegale vreemdeling verblijft.
De rechtbank oordeelde dat de indruk van een verbalisant dat hij met een vreemdeling te maken had onvoldoende is als objectief redelijk vermoeden. Hierdoor was de staandehouding en daaropvolgende bewaring onrechtmatig. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en eiser een schadevergoeding toegekend. Tevens werden de proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent eiser schadevergoeding en proceskosten toe.