ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3475
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na onrechtmatige verstrekking strafdossier aan Deken advocaat
De zaak betreft een geschil over schadevergoeding die eiser vordert wegens onrechtmatige verstrekking van delen van zijn strafdossier aan de Deken van de Orde van Advocaten te Den Haag. Na een eerdere vernietiging van het besluit tot verstrekking van stukken, stelde eiser dat hij materiële en immateriële schade heeft geleden door publiciteit rondom de WOB-procedure.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift niet-ontvankelijk is omdat inmiddels op het bezwaar is beslist. Het geschil beperkt zich tot schade veroorzaakt door het vernietigde besluit van 13 juli 1998. Schade veroorzaakt door feitelijk handelen valt buiten de bestuursrechtelijke procedure en dient civielrechtelijk te worden afgedaan.
Hoewel het besluit tot verstrekking onrechtmatig was, is de gestelde schade niet toe te rekenen aan dit besluit. De publiciteit is vooral het gevolg van de strafzaak en de tuchtprocedure tegen eiser. De rechtbank acht het aannemelijk dat ook bij een rechtmatig besluit de pers aandacht zou hebben besteed aan de tuchtprocedure.
De rechtbank wijst het beroep tegen het bestreden besluit II af en verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. Kosten worden niet toegewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit op bezwaar wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.