ECLI:NL:RBSGR:2002:AF5172
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen beëindiging categoriaal beschermingsbeleid en weigering verblijfsvergunning Afghaanse asielzoekers
Eisers, Afghaanse asielzoekers, dienden in november 2000 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvragen af op basis van onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar en het bestaan van een verblijfsalternatief in Pakistan. Eisers voerden aan dat zij vanwege Taliban-activiteiten en familiegeweld bescherming behoefden en dat Pakistan geen veilig alternatief was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen verblijfsvergunning verleende omdat eisers onvoldoende concrete en verifieerbare informatie hadden aangeleverd over persoonlijk vervolgingsgevaar. De beleidswijziging van verweerder om het categoriaal beschermingsbeleid te beëindigen werd als redelijk beoordeeld, mede omdat deze was besproken en goedgekeurd door de Tweede Kamer. Nieuwe feiten en omstandigheden na het besluit werden betrokken bij de beoordeling volgens artikel 83 Vw Pro 2000.
Hoewel het feitelijk onzeker was of eisers Pakistan als verblijfsland konden betreden, leidde dit niet tot een gegrond beroep omdat het categoriaal beschermingsbeleid was beëindigd en de beleidswijziging niet onredelijk was. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eisers. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de Afghaanse asielzoekers tegen de weigering van hun verblijfsvergunning en het beëindigen van het categoriaal beschermingsbeleid is ongegrond verklaard.