ECLI:NL:RBSGR:2002:AF5336
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onvolledige voortgangsrapportage en disproportionele belangenafweging
Eiser, een vreemdeling uit Sierra Leone, is op 6 augustus 2002 in bewaring gesteld. Na een eerdere ongegrondverklaring van beroep tegen de bewaring op 14 november 2002, staat nu het voortduren van de bewaring ter beoordeling. Verweerder, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), heeft een voortgangsrapportage overgelegd waarin niet blijkt of er uitzettingshandelingen zijn verricht sinds de vorige uitspraak.
De rechtbank overweegt dat van verweerder verwacht mag worden dat het dossier compleet is en alle relevante feiten bevat voor beoordeling van de rechtmatigheid van de bewaring. Vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State leert dat een gebrek in de toetsbaarheid van de bewaring niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid, tenzij de belangen van de bewaring niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek.
In dit geval is de voortgangsrapportage onvoldoende om de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring te toetsen. De belangen die gediend worden met het voortduren van de bewaring wegen niet op tegen het belang van een behoorlijke proceseconomie en het gebrek aan gegevens. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring met ingang van heden, wijst het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt met ingang van heden opgeheven.