ECLI:NL:RBSGR:2002:AF6512
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Gorter
- T. Dompeling
- F.M.D. Aardema
- Rechtspraak.nl
Vluchtelingenstatus geweigerd wegens vermeende misdrijven tegen de menselijkheid door Koerdische peshmerga
Eiser, een Iraakse Koerd en voormalig peshmerga, verzocht om vluchtelingenstatus in Nederland. Verweerder weigerde dit op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, stellende dat eiser zich schuldig zou hebben gemaakt aan misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Eiser voerde aan dat hij slechts bevelen uitvoerde, geen directe betrokkenheid had bij executies en zich in een noodtoestand bevond.
De rechtbank onderzocht de definitie van misdrijven tegen de menselijkheid zoals neergelegd in het Statuut van Rome en het TBV 2001/37. De rechtbank concludeerde dat niet is aangetoond dat er sprake was van een wijdverbreide of systematische aanval gericht tegen de burgerbevolking, noch dat strijdende partijen controle hadden over delen van het grondgebied. Hierdoor ontbrak een draagkrachtige motivering voor de toepassing van artikel 1F.
Verder oordeelde de rechtbank dat de oorlogsmisdrijven niet aannemelijk waren wegens het ontbreken van grootschalige gewelddadigheden en feitelijke gebiedscontrole. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuwe beslissing te nemen, rekening houdend met de bevindingen. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot weigering van verblijf en draagt verweerder op een nieuwe beslissing te nemen.