ECLI:NL:RBSGR:2002:AF7166
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot spoedige beslissing op aanvraag continuering opvang wegens medische noodsituatie
Verzoekers, afkomstig uit Armenië, hebben hun aanvragen om toelating als vluchteling ingediend in 1999, welke zijn afgewezen. Na afwijzing van hun bezwaren en het verstrijken van de vertrektermijn, is hun recht op opvang beëindigd en zijn zij verwijderbaar verklaard. Verzoekers vroegen vervolgens om continuering van de verstrekkingen op grond van medische noodsituaties, waarbij een van hen ernstige psychische beperkingen heeft.
Zowel de minister als het COA stelden dat er nog geen sprake was van niet tijdig beslissen en dat er een redelijke termijn moest worden gegund voor het inwinnen van medisch advies. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat vanwege de aard van de problematiek spoed vereist is om te voorkomen dat opvang wordt beëindigd terwijl dit medisch onverantwoord is.
De rechtbank stelt vast dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet met spoed een besluit kan worden genomen en dat het COA in beginsel geen zelfstandige beslissingsbevoegdheid heeft, maar in uitzonderlijke gevallen wel kan overgaan tot continuering van opvang in afwachting van ministeriële besluitvorming.
De voorzieningenrechter beveelt de minister binnen twee weken te beslissen op de aanvragen en veroordeelt de minister in de proceskosten. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor gewoon rechtsmiddel.
Uitkomst: De voorzieningenrechter beveelt de minister binnen twee weken te beslissen over de aanvragen tot continuering van opvang wegens medische noodsituatie.