ECLI:NL:RBSGR:2002:AF7254
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H.M. van de Ven
- A.E. van Duinen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring en weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering samenloop misdrijven
Eiser, van Roemeense nationaliteit, diende op 22 juni 1998 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning bij zijn Nederlandse partner. Na een strafrechtelijke veroordeling tot een gevangenisstraf van twaalf maanden wegens samenloop van twee misdrijven, werd zijn aanvraag afgewezen en werd hij ongewenst verklaard. De rechtbank stelde vast dat het toepasselijke recht de Vreemdelingenwet 2000 was en dat de aanvraag moest worden aangemerkt als een aanvraag om eerste toelating.
De kern van het geschil betrof de vraag of de opgelegde straf geheel moet worden toegerekend aan het misdrijf waarvoor een gevangenisstraf van drie jaar of meer kan worden opgelegd, dan wel dat een deel van de straf buiten beschouwing moet blijven omdat het andere misdrijf een lager maximumstraf kent. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit een ondeugdelijke motivering bevatte, omdat het niet toegelicht werd hoe de straf in het kader van samenloop van misdrijven moest worden toegerekend.
Vanwege deze gebrekkige motivering vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor de griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de strafrechtelijke samenloop van misdrijven en verweerder moet een nieuw besluit nemen.