ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6671
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing immateriële schadevergoeding wegens mishandeling door ouders
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een civiele zaak waarin twee dochters ([eiseres sub 1] en [eiseres sub 2]) hun ouders ([gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]) aansprakelijk stelden voor lichamelijke en geestelijke mishandeling na 1 juli 1978. De ouders voerden tegenbewijs aan, onder meer door getuigenverklaringen en correspondentie, maar slaagden hier niet in. De rechtbank hechtte veel waarde aan medische rapportages van dr. M. Zeegers, die ernstige trauma's en een chronische posttraumatische stress-stoornis bij de dochters vaststelden.
De ouders betwistten de ernst van de opvoeding en mishandeling, maar konden dit niet overtuigend onderbouwen. Getuigenverklaringen van familieleden waren onvoldoende om de beschuldigingen te weerleggen. De rechtbank concludeerde dat de ouders onrechtmatig hadden gehandeld en dat de dochters immateriële schade hadden geleden die aan de ouders kon worden toegerekend.
De rechtbank bevestigde het eerdere tussenvonnis waarin een immateriële schadevergoeding van fl. 25.000,- per dochter werd toegekend en wees een verzoek tot matiging van deze vergoeding af, ondanks de financiële situatie van de ouders. Tevens werden de ouders veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken op 19 februari 2003 door mr. R.A. Dozy.
Uitkomst: De ouders werden veroordeeld tot betaling van immateriële schadevergoeding aan hun dochters wegens bewezen mishandeling.