ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7250
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verstrekkingen aan uitgeprocedeerde Somalische asielzoekers wegens onvoldoende medewerking aan terugkeer
Verzoekers, afkomstig uit Somalië, hadden in 1995 asiel aangevraagd, maar hun verzoeken werden onherroepelijk afgewezen in 1998. Het COA beëindigde in oktober 2002 hun verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 1997, omdat zij onvoldoende meewerkten aan hun terugkeer naar Somalië volgens de Herziene werkwijze Stappenplan III.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze werkwijze geen beleidswijziging inhield ten nadele van verzoekers, maar een wijziging in de procedure om medewerking te beoordelen. Verzoekers hadden slechts minimale terugkeeractiviteiten ondernomen, zoals eenmalig contact met de I.O.M. en de Somalische diplomatieke vertegenwoordiging, zonder resultaat.
De rechtbank stelde vast dat de beoordeling van de medewerking marginaal wordt getoetst en dat de feitelijke mogelijkheid tot terugkeer niet ter discussie stond. Gezien de geringe inspanningen van verzoekers was het besluit tot beëindiging van verstrekkingen redelijk. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van verstrekkingen is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.