ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7252
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegde intrekking vergunning tot vestiging wegens onjuiste uitleg mandaatregeling
Eisers, beiden van Marokkaanse nationaliteit, hadden een vergunning tot vestiging in Nederland die door verweerder werd ingetrokken wegens langdurig verblijf buiten Nederland. Verweerder baseerde het besluit op gewijzigde feiten en omstandigheden, afwijkend van het advies van de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken (ACV).
De rechtbank oordeelt dat de brief van eiser uit 1995 en de uitschrijving uit de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) geen substantiële wijziging van het feitencomplex vormen, aangezien deze feiten reeds bekend waren bij de ACV. De mandaatregeling die verweerder aanvoert, laat geen afwijking toe zonder nieuwe feiten die na het advies zijn ontstaan.
Daarom is het besluit tot intrekking van de vergunning onbevoegd genomen en in strijd met artikel 10:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de vergunning tot vestiging wordt vernietigd wegens onbevoegdheid.