ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7412
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WW- en ZW-uitkering wegens gebrekkige motivering en onjuiste toepassing wet
Eiseres kreeg een WW-uitkering die per 2 januari 2001 werd ingetrokken omdat zij vermeend niet had opgegeven dat zij werkzaamheden verrichtte. Tevens werd haar ZW-uitkering per 28 maart 2001 ingetrokken wegens het niet melden van werkzaamheden en verdiensten. Verweerder stelde dat eiseres haar loon onterecht doorbetaald kreeg terwijl zij niet werkte, en dat dit reden was voor intrekking en terugvordering.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich onjuist op artikel 20, derde lid, onder a, van de WW had beroepen en dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd volgens artikel 7:12 Awb Pro. Hoewel eiseres haar loon onterecht ontving, had zij haar verplichting tot melding van inkomsten geschonden, waardoor terugvordering terecht was. Voor de ZW-uitkering oordeelde de rechtbank dat eiseres recht had op ziekengeld omdat zij haar recht op loondoorbetaling had verloren en dat de intrekking in strijd was met artikel 29 ZW Pro.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond voor zover gericht tegen de intrekking van de WW- en ZW-uitkering en vernietigde de bestreden besluiten, maar liet de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekking van de WW- en ZW-uitkering wegens gebrekkige motivering, maar laat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand en veroordeelt verweerder tot proceskostenvergoeding.