ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7768
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen plaatsing in huis van bewaring met zwaarder regime bij vreemdelingenbewaring
Eiser is in vreemdelingenbewaring gesteld en klaagt dat hij in een huis van bewaring met een te zwaar regime is geplaatst, terwijl hij geen bezwaar of verzoek tot overplaatsing heeft ingediend via de daarvoor bestemde procedures in de Penitentiaire beginselenwet (Pbw).
De rechtbank overweegt dat de belangenafweging omtrent de plaatsing in een huis van bewaring met beperkingen eerst binnen de gespecialiseerde Pbw-procedure moet plaatsvinden. Zolang eiser deze procedure niet heeft benut, kan de rechtbank niet oordelen dat de tenuitvoerlegging onrechtmatig is.
Verder is vastgesteld dat de voortgang van het onderzoek naar de identiteit en nationaliteit van eiser voldoende voortvarend is en dat er nog zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, ondanks de duur van de bewaring van meer dan zes maanden.
De rechtbank concludeert dat de voortduring van de vrijheidsontneming niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de bewaring niet wordt opgeheven.
Uitkomst: Het beroep tegen de plaatsing in het huis van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.