ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8329
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vergunning verblijf wegens geschonden vertrouwensbeginsel bij witte illegalenregeling
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van de Tijdelijke regeling witte illegalen, gebaseerd op een advertentie in een landelijk dagblad. Verweerder stelde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarde van geen criminele antecedenten, hoewel eiser een positief advies van de commissie van burgemeesters had ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat het schrijven van verweerder van 2 november 1999 een ondubbelzinnige voorwaardelijke toezegging inhield, waardoor eiser gerechtvaardigd mocht vertrouwen op verlening van de vergunning. Verweerder had zelf een antecedentenonderzoek moeten verrichten voordat het verzoek aan de commissie werd voorgelegd. Het begrip 'criminele antecedenten' was niet algemeen bekend voor vreemdelingen, waardoor eiser niet kon worden verweten hiervan op de hoogte te zijn.
De rechtbank stelde dat het vertrouwensbeginsel was geschonden en dat het openbare ordebelang niet zwaarder woog dan het gerechtvaardigd vertrouwen van eiser, mede omdat geen recidive was opgetreden. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit en het betalen van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens schending van het vertrouwensbeginsel.