ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8931
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging opvang wegens vermeende onvoldoende medewerking terugkeer Syrië
Eisers, afkomstig uit Syrië, ontvingen opvangvoorzieningen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 1997. Verweerder beëindigde deze verstrekkingen met onmiddellijke ingang wegens vermeende onvoldoende medewerking aan terugkeeractiviteiten. Eisers hadden toegezegd naar de Syrische ambassade in Brussel te gaan voor reisdocumenten, maar konden dit niet doen vanwege het ontbreken van grensoverschrijdingsdocumenten en het niet meewerken van de vreemdelingendienst.
De rechtbank constateerde dat eisers wel schriftelijke procedures hebben gevolgd om reisdocumenten aan te vragen, maar dat deze procedure lang duurde en dat zij geen versnelde acties ondernamen. Desondanks achtte de rechtbank niet aannemelijk dat versnelde schriftelijke aanmaningen de terugkeerprocedure significant zouden hebben versneld.
Verweerder had het oordeel van de Immigratie- en Naturalisatiedienst over onvoldoende medewerking overgenomen, maar de rechtbank oordeelde dat dit oordeel marginaal getoetst moet worden en dat verweerder niet in redelijkheid tot het besluit tot beëindiging van de verstrekkingen had kunnen komen.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten. De belangen van de minderjarige kinderen en de medische situatie van eiser werden ook in de overwegingen betrokken.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de opvangvoorzieningen is vernietigd omdat eisers voldoende medewerking aan terugkeer hebben verleend.