ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9051
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid voortzetting bewaring bij categoriewijziging asielaanvraag
Eiser werd op 30 oktober 2002 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na wijziging van de grondslag van de bewaring wegens een ingediende asielaanvraag, stelde eiser dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) expliciete toestemming moest geven voor voortzetting van de bewaring, wat volgens hem niet was gebeurd.
De rechtbank behandelde het beroep en verweerder stelde dat telefonisch contact met de IND op 7 november 2002 impliciete toestemming inhield, gericht op praktische afstemming en snellere beoordeling van de asielmotieven. De Afdeling bestuursrechtspraak had eerder overwogen dat het ontbreken van geregistreerde toestemming niet automatisch onrechtmatigheid betekent, maar dat een belangenafweging moet plaatsvinden.
De rechtbank concludeerde dat er geen onevenwichtigheid bestond tussen het belang van de minister en dat van de vreemdeling, mede gelet op het contact en de uitwisseling van informatie tussen de vreemdelingendienst en de IND op 7 november 2002. Daarom was de voortzetting van de bewaring niet onrechtmatig en werd het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen onrechtmatigheid was vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.