ECLI:NL:RBSGR:2003:AF9285
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning op grond van contra-indicaties en toepasselijk openbare-ordebeleid
Eiser, een Iraanse nationaliteit, diende op 14 januari 2000 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op basis van TBV 1999/22. Verweerder wees deze aanvraag af vanwege contra-indicaties, specifiek een aanvaarde transactie van twintig gulden in 1995 wegens diefstal. Het bezwaar van eiser werd ongegrond verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat verweerder ten onrechte alleen het oudere beleid uit de Vreemdelingencirculaire 1994 toepaste, terwijl het nieuwe beleid van de Vreemdelingenwet 2000 en Vreemdelingencirculaire 2000 van toepassing was. Dit nieuwe beleid houdt in dat een eenmaal gepleegd misdrijf niet blijvend tegengeworpen wordt en dat de termijn waarbinnen een misdrijf tegen kan worden geworpen, afhankelijk is van het type misdrijf.
De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is omdat verweerder het verkeerde beleid toepaste. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierecht. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder kreeg zes weken om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen volgens het actuele openbare-ordebeleid.