ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0744
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering afwijking beleidsregel
Eiseres, afkomstig uit Afghanistan, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet 2000. Verweerder weigerde deze vergunning omdat eiseres in 1998 een transactieaanbod had aanvaard voor een diefstal, wat volgens het categorale beschermingsbeleid een reden is tot weigering. Eiseres woont sinds 1997 met haar echtgenoot en vier minderjarige kinderen in Nederland, waarvan twee kinderen in Nederland geboren zijn. Haar echtgenoot heeft een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet ten gunste van eiseres is afgeweken van het beleid, terwijl er geen aanwijzingen zijn dat zij na 1998 nogmaals een strafbaar feit heeft gepleegd. Verweerder heeft niet duidelijk gemaakt welk gewicht wordt toegekend aan de gezins- en verblijfsomstandigheden van eiseres. Het enkele feit dat zij een lichte straf heeft gekregen en het ontbreken van gevaar voor recidive rechtvaardigen volgens de rechtbank een afwijking van het beleid.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen 14 weken opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel het beroep als de voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen.