ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0860
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken redelijk vermoeden illegaal verblijf
De vreemdelinge, een Bulgaarse vrouw, werd op 19 juni 2003 in bewaring gesteld wegens een vermoeden van illegaal verblijf en op 23 juni 2003 uitgezet naar haar land van herkomst. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze vrijheidsontnemende maatregel.
Uit het proces-verbaal bleek dat de vreemdelinge zich prostitueerde in een tippelzone die bij gemeentelijke verordening was aangewezen. De rechtbank stelde vast dat dit enkele feit niet voldoende is om een redelijk vermoeden van illegaal verblijf in de zin van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 te rechtvaardigen. Er waren geen nadere feiten of omstandigheden die dit vermoeden konden ondersteunen. De mededeling van de vreemdelinge dat zij illegaal werkzaam was, was pas na de staandehouding gedaan en kon dus niet als grondslag voor het vermoeden dienen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring van meet af aan onrechtmatig was. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en werd een schadevergoeding van €380 toegekend voor vier dagen onrechtmatige bewaring. Daarnaast werden de proceskosten van €322 aan de vreemdelinge toegewezen. De uitspraak werd openbaar gedaan op 7 juli 2003.
Uitkomst: De bewaring was onrechtmatig wegens ontbreken redelijk vermoeden illegaal verblijf en er is schadevergoeding toegekend.