ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1414
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van besluiten over asielaanvragen wegens onvoldoende motivering en onjuiste toepassing van artikel 31 Vreemdelingenwet 2000
Eisers, afkomstig uit Soedan, dienden in december 1998 een aanvraag om toelating als vluchteling in. Verweerder wees deze aanvragen af wegens kennelijke ongegrondheid en het ontbreken van documenten ter onderbouwing van het asielrelaas. Eisers maakten bezwaar en vervolgens beroep tegen deze besluiten. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte artikel 31, tweede lid, aanhef en sub f, van de Vreemdelingenwet 2000 heeft toegepast, aangezien dit artikel niet in de bestreden besluiten is opgenomen en het beroep daarop als tardief moet worden gepasseerd.
Tijdens de hoorzitting bleek dat verweerder onvoldoende aandacht heeft besteed aan de door eisers overgelegde documenten, waaronder een overlijdensakte van het kind van eiseres en brieven van mensenrechtenorganisaties. Verweerder heeft deze stukken niet betrokken in zijn beoordeling, waardoor het asielrelaas onvoldoende gemotiveerd is afgewezen.
De rechtbank concludeert dat de bestreden besluiten niet in stand kunnen blijven wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De beroepen worden gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en verweerder wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en beveelt verweerder nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.