ECLI:NL:RBSGR:2003:AL1749
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard tegen voortzetting bewaring vreemdeling na vernietiging asielafwijzing
Eiser, een vreemdeling uit de Democratische Republiek Congo, werd op 5 juli 2003 in bewaring gesteld en diende op 7 juli 2003 een asielaanvraag in. De aanvraag werd op 15 augustus 2003 afgewezen, waartegen eiser beroep instelde. Op 29 augustus 2003 werd het besluit van afwijzing vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
De kern van het geschil betrof de voortzetting van de bewaring na vernietiging van het afwijzingsbesluit. Eiser stelde dat hij vanaf dat moment rechtmatig verblijf had en dat de voortzetting van de bewaring onrechtmatig was. Verweerder stelde dat na vernietiging een nieuwe categoriewijziging mogelijk was, waardoor de bewaring opnieuw maximaal zes weken kon duren.
De rechtbank oordeelde dat de wetgever in artikel 59, vierde lid, Vreemdelingenwet 2000 uitdrukkelijk heeft bepaald dat de bewaring bij een voornemenprocedure niet langer dan zes weken mag duren. De door verweerder bepleite herhaalde categoriewijziging en verlenging van bewaring was in strijd met deze bepaling en het beleid van beperkte toepassing van bewaring bij asielzoekers.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per 18 augustus 2003, kende een schadevergoeding van €1190 toe en verklaarde het tweede beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen voortzetting van de bewaring is gegrond verklaard, de bewaring is opgeheven en een schadevergoeding toegekend.