ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9322
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bewaring asielzoeker onrechtmatig wegens overschrijding termijn volgens artikel 59 Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een asielzoeker uit Sierra Leone, werd op 16 juni 2008 in bewaring gesteld na een afwijzende beschikking op zijn asielaanvraag. Later werd het beroep tegen deze afwijzing door de rechtbank gegrond verklaard, waardoor eiser rechtmatig verblijf kreeg vanaf de dag van bewaring. De Staatssecretaris stelde dat de termijn van zes weken pas na de gegrondverklaring van het beroep zou zijn gaan lopen, maar de rechtbank oordeelde dat de termijn moet worden gerekend vanaf de dag van inbewaringstelling.
De rechtbank overwoog dat de bewaring op een onjuiste grondslag pas onrechtmatig wordt als de toegestane duur wordt overschreden. Omdat verweerder pas na de termijn van zes weken op de aanvraag wilde beslissen en eiser pas in week 31 zou worden gehoord, was de bewaring op dat moment reeds onrechtmatig. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de bewaring tot dat moment niet onrechtmatig was.
De rechtbank wees het verzoek van verweerder om schorsing van het onderzoek af en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak. De beslissing bevestigt dat de bewaring van asielzoekers strikt binnen de wettelijke termijn moet blijven en dat een onjuiste beslissing op de asielaanvraag geen verlenging van de bewaring mag rechtvaardigen.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken.