ECLI:NL:RBSGR:2003:AL8480
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens tegemoetkoming
Eiser diende bezwaar in tegen een besluit waarbij hem een functie werd toegewezen met een minimale duur van drie jaar. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat aan de bezwaren inmiddels was tegemoetgekomen en het belang van eiser was komen te vervallen. Tevens werd het verzoek om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat het besluit achteraf onrechtmatig was omdat de clausule van minimaal drie jaar ten onrechte was opgenomen en eiser alsnog de functie kreeg toegewezen. De vergoedingsplicht voor proceskosten geldt wanneer het bestuursorgaan onrechtmatig handelt en dit aan het bestuursorgaan te wijten is. Dit was hier het geval.
Verweerder stelde dat de kosten niet redelijk waren omdat een telefoontje voldoende zou zijn geweest, maar de rechtbank vond dat het inschakelen van professionele rechtsbijstand niet onredelijk was. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure en de proceskosten van het beroep.
Tenslotte werd het griffierecht aan eiser vergoed en werd het beroep gegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure en het beroep.