ECLI:NL:RBSGR:2003:AM3168
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over beëindiging opvang uitgeprocedeerde asielzoekers en bevoegdheid COA
Eisers, staatloze Palestijnen en uitgeprocedeerde asielzoekers, kregen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd waarbij zij zich in een AZC moesten ophouden. Na opheffing van deze maatregel werd de opvang door het COA beëindigd en werden zij uit het AZC verwijderd. Eisers maakten bezwaar tegen de opheffing en het beëindigen van de opvang.
De rechtbank oordeelde dat eisers geen rechtens te respecteren belang hebben tegen de opheffing van de vrijheidsbeperkende maatregel, ook niet vanwege het beëindigen van de opvang, omdat dit laatste een handeling van het COA betreft en niet direct volgt uit de opheffing. Het COA werd geacht bevoegd te zijn om te beslissen over het verstrekken en beëindigen van opvang, en het niet tijdig beslissen op het verzoek van eisers om opvang te continueren was onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen van het COA gegrond en bepaalde dat het COA binnen vier weken een besluit moet nemen. Het beroep tegen de Minister werd niet-ontvankelijk verklaard of ongegrond. De rechtbank wees proceskosten toe aan eisers wegens het niet tijdig beslissen door het COA en de Minister.
Uitkomst: Het beroep tegen de Minister wordt ongegrond verklaard; het beroep tegen het COA wordt gegrond verklaard en het COA wordt opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen.