ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7311
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en voortzetting maatregel van bewaring vreemdeling
Eiseres werd op 4 juli 2003 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 14 juli 2003 de opheffing van deze bewaring bevolen omdat eiseres niet tijdig was gehoord. Na opheffing werd eiseres opnieuw staandegehouden en in bewaring gesteld.
De rechtbank beoordeelde of de maatregel van bewaring rechtmatig was en of de belangenafweging dit rechtvaardigde. De procedure voor oplegging voldeed aan de wettelijke eisen en de gronden voor bewaring bleven bestaan. De rechtbank stelde vast dat verweerder de uitzetting met voldoende voortvarendheid voorbereidt, onder meer door het indienen van een aanvraag voor een laissez-passer bij de Azerbeidzjaanse autoriteiten.
Ook werd overwogen dat ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet duidelijk was dat de noodzakelijke documenten snel beschikbaar zouden zijn, wat later veranderde na uitzetting van de zoon van eiseres. De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt als rechtmatig beoordeeld.