ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8012
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel en staatloosheidsverzoek Somaliër
Een Somalische verzoeker, behorend tot een kleine clan en slachtoffer van geweld en discriminatie, vroeg een verblijfsvergunning asiel en een vergunning op grond van het beleid voor vreemdelingen die buiten hun schuld Nederland niet kunnen verlaten.
De rechtbank overwoog dat verzoeker onvoldoende bewijs leverde voor staatloosheid en dat Somalië internationaal als staat wordt erkend. De mishandelingen en geweld waren onvoldoende zwaarwegend om vluchtelingenstatus te rechtvaardigen, mede omdat verzoeker na de incidenten nog jaren in Somalië verbleef en er veilige gebieden zijn waar hij zich zou kunnen vestigen.
Het verzoek op grond van het traumatabeleid werd afgewezen vanwege het tijdsverloop en het ontbreken van een causaal verband tussen de mishandelingen en vertrek. Ook het beroep op bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro faalde omdat de mishandelingen niet specifiek op verzoeker gericht waren.
De rechtbank stelde vast dat verweerder redelijk handelde bij de weigering van de verblijfsvergunning en dat er geen reden was voor een voorlopige voorziening. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker tegen de weigering van een verblijfsvergunning asiel en op grond van staatloosheidsbeleid wordt ongegrond verklaard.