ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8084
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H.M. Bruin
- W.J.A.M. van Brussel
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Weigering tewerkstellingsvergunning voor chauffeurs uit derde landen bevestigd
De werkgever VOS LOGISTICS OSS B.V. heeft tewerkstellingsvergunningen aangevraagd voor Poolse en Hongaarse chauffeurs. Verweerder weigerde deze vergunningen omdat de werkgever niet kon aantonen dat de chauffeurs vóór 19 maart 2002 al in dienst waren van een in Nederland gevestigd transportbedrijf, zoals vereist in paragraaf 15 van de Uitvoeringsregels Wet arbeid vreemdelingen.
De werkgever voerde aan dat de voorwaarden in de Uitvoeringsregels strijdig waren met Verordening (EG) nr. 484/2002 en het evenredigheidsbeginsel, en dat het bewijs van een schriftelijke arbeidsovereenkomst niet noodzakelijk was. De rechtbank oordeelde dat het EG-recht niet verbiedt dat lidstaten beperkingen stellen aan de toegang tot de nationale arbeidsmarkt voor onderdanen van derde landen en dat de voorwaarden van paragraaf 15 een begunstigende overgangsregeling vormen.
De rechtbank stelde vast dat de werkgever onvoldoende bewijs had geleverd van een dienstverband vóór 19 maart 2002. Overgelegde arbeidsovereenkomsten gingen pas in vanaf 19 maart 2003, facturen van zusterbedrijven waren onvoldoende als bewijs van loonbetaling door de werkgever, en het bestaan van opdrachten vanuit Nederland was niet genoeg om een dienstverband aan te nemen.
Daarom was de weigering van de tewerkstellingsvergunningen terecht en kon het bezwaar niet worden toegewezen. Het beroep van de werkgever werd ongegrond verklaard, en de rechtbank vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van tewerkstellingsvergunningen is ongegrond verklaard.