ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8567
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag verblijfsvergunning op grond van artikel 30 Vreemdelingenwet 2000
Eiseres, een Somalische vreemdeling, diende op 12 augustus 2003 een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van artikel 30, aanhef en sub c, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat er reeds een eerdere aanvraag bestond waarop nog niet onherroepelijk was beslist en op grond waarvan eiseres rechtmatig verblijf had.
Eiseres betoogde dat haar brief van 30 juni 2003, waarin zij verweerder verzocht om gebruik te maken van de inherente afwijkingsbevoegdheid, niet als een aanvraag kon worden beschouwd. De rechtbank oordeelde echter dat deze brief wel degelijk als aanvraag kwalificeert, mede omdat verweerder geen bezwaar maakte tegen het ontbreken van het gebruik van de voorgeschreven aanvraagformulieren.
De rechtbank stelde vast dat eiseres rechtmatig verblijf had op grond van een eerdere aanvraag en dat de afwijzing van de herhaalde aanvraag terecht was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten aan de partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.