ECLI:NL:RBSGR:2003:AN9050
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering visum kort verblijf wegens onvoldoende motivering vestigingsgevaar
Eiser, van Turkse nationaliteit en woonachtig in Turkije, vroeg een visum voor kort verblijf aan om familie in Nederland te bezoeken. De aanvraag werd geweigerd door verweerder, die stelde dat er sprake was van vestigingsgevaar en dat eiser onvoldoende financiële middelen in Turkije had aangetoond.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij niet de intentie had zich in Nederland te vestigen en dat hij voldoende banden met Turkije had. Verweerder handhaafde het besluit, waarbij het middelenvereiste en het vestigingsgevaar centraal stonden. Tijdens de zitting verklaarden dochters van eiser dat hij uit eigen beweging in 1987 naar Turkije was teruggekeerd en sindsdien niet illegaal in Nederland had verbleven.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom er sprake zou zijn van vestigingsgevaar. Het feit dat het merendeel van de familie in Nederland woont, is onvoldoende om vestigingsgevaar aan te nemen. Ook was het onzorgvuldig van verweerder om het middelenvereiste pas in het besluit op bezwaar aan te voeren zonder eerder opheldering te vragen. Het besluit werd daarom vernietigd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van het visum wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van vestigingsgevaar.