ECLI:NL:RBSGR:2003:AN9834
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning wegens onvoldoende bescherming in Georgië
Eiseres, afkomstig uit Georgië en van joodse afkomst, vordert een verblijfsvergunning in Nederland na ernstige bedreigingen, ontvoering en mishandelingen, mede vanwege haar economische positie en etnische achtergrond. Zij en haar gezin werden herhaaldelijk belaagd, waarbij autoriteiten geen effectieve bescherming boden.
De rechtbank oordeelt dat de economische positie van eiseres geen grond voor vervolging is volgens het Vluchtelingenverdrag en dat de joodse afkomst niet doorslaggevend was voor de problemen. Wel is vastgesteld dat eiseres en haar gezin in negatieve belangstelling van de autoriteiten staan en dat bescherming door deze autoriteiten niet kan worden verlangd.
Verweerder stelde dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning omdat zij niet direct na traumatische gebeurtenissen was gevlucht en de Turkse mishandelingen niet in Georgië plaatsvonden. De rechtbank verwierp dit en stelde dat het uitblijven van bescherming en de bedreigingen in Georgië een reëel risico vormen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.