ECLI:NL:RBSGR:2003:AO0576
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering reguliere verblijfsvergunning wegens onjuiste toepassing artikel 31 Vw 2000
Verzoeker, een staatloze Palestijn afkomstig uit Libanon, diende een aanvraag in voor een reguliere verblijfsvergunning die werd afgewezen door verweerder op grond van artikel 31, eerste lid, juncto tweede lid, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000. Verzoeker stelde dat zijn documenten op Schiphol waren gestolen en dat hij daarom niet aan de bewijsvereisten kon voldoen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, Vw 2000 betrok bij de beoordeling van de reguliere verblijfsvergunning, terwijl deze bepaling exclusief voor asielvergunningen bedoeld is. Bovendien ontbrak een deugdelijke motivering waarom de diefstal van documenten gelijkgesteld werd aan verwijtbaar verlies volgens het beleid onder C1/5.8 Vc 2000.
Daarnaast werd vastgesteld dat verweerder de geloofwaardigheid van verzoekers verklaringen over zijn identiteit en staatloosheid onvoldoende had gemotiveerd, met name ten aanzien van de vragen over zijn afkomst en analfabetisme. Gezien deze tekortkomingen werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.