ECLI:NL:RBSGR:2003:AO2038
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring na strafrechtelijke detentie
De vreemdeling is op 3 december 2003 in vreemdelingenbewaring gesteld direct aansluitend op zijn strafrechtelijke detentie. De rechtbank beoordeelt of deze bewaring rechtmatig is en of verweerder voldoende inspanningen heeft verricht voor uitzetting.
De vreemdeling was eerder van januari tot april 2003 in bewaring, waarbij een laissez-passeraanvraag voor Liberia werd gestart, maar hij werd niet gepresenteerd bij de autoriteiten vanwege een strafrechtelijke detentie. Na vrijlating volgde een nieuwe strafrechtelijke detentie en aansluitend de huidige bewaring. De rechtbank stelt vast dat deze bewaring op zichzelf staat en niet voortzetting is van de eerdere.
De rechtbank vindt dat de bewaring gerechtvaardigd is wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf, gebruik van valse documenten, strafrechtelijke antecedenten en het vermoeden dat de vreemdeling zich aan uitzetting zal onttrekken. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet onrechtmatig heeft gehandeld door de bewaring na strafrechtelijke detentie in te stellen en dat er reëel zicht is op uitzetting. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.