ECLI:NL:RBSGR:2003:AO2045
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van Vreemdelingenwet 2000 en artikel 8 EVRM
Eiser, van Somalische nationaliteit, heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de Minister is afgewezen op basis van het categoriale beschermingsbeleid voor Somalië. De rechtbank bevestigt dat de subclan van eiser in een relatief veilig deel van Somalië woont, waardoor geen verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder d van de Vreemdelingenwet 2000 kan worden verleend.
Eiser voerde aan dat artikel 8 EVRM Pro bescherming biedt voor gezinsleven, maar de rechtbank stelt dat dit artikel alleen een rol speelt binnen de specifieke bepalingen van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e en f, van de Vw 2000. Omdat eiser een asielgerelateerde vergunning aanvraagt en niet een reguliere verblijfsvergunning, is artikel 8 EVRM Pro hier niet van toepassing.
Verder is geoordeeld dat eiser terecht niet is gehoord bij bezwaar omdat uitzetting niet werd opgeschort. Het beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en de uitzetting blijft gehandhaafd.