ECLI:NL:RVS:2002:AE0458
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen verblijfsvergunning asiel voor Bajuni in noorden Somalië
De zaak betreft het hoger beroep tegen de afwijzing van een asielaanvraag van een vreemdeling behorende tot de Bajuni-bevolkingsgroep. De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk is omdat de grieven niet voldoen aan de wettelijke eisen. Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond omdat de rechtbank onvoldoende terughoudendheid heeft betracht bij de toetsing van het categorale beschermingsbeleid zoals bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000.
De Raad bevestigt dat de staatssecretaris zich op redelijke gronden kan baseren op ambtsberichten en beleidsnotities die stellen dat het noorden van Somalië een relatief veilig verblijfsalternatief biedt, ook voor minderheidsgroepen zoals de Bajuni. De rechtbank heeft ten onrechte het beleid van de staatssecretaris terzijde geschoven. Het beroep van de vreemdeling wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden vonnis vernietigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 31 januari 2002.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond; het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.