ECLI:NL:RBSGR:2003:AO2652
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel bij weigering toegang vreemdeling
De vreemdelinge werd op 18 december 2003 bij terugkeer op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en werd de vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Dit betrof een nieuwe maatregel na een eerdere maatregel die op 12 december 2002 was opgelegd en op 18 december 2003 was opgeheven omdat zij Nederland had verlaten.
De rechtbank overwoog dat verweerder haar beleid had gewijzigd: waar voorheen bij mislukte uitzetting de oorspronkelijke maatregel bleef gelden, wordt nu bij terugkeer standaard een nieuwe maatregel opgelegd. De vreemdelinge stelde dat er geen sprake was van een nieuwe maatregel, maar van voortzetting van de eerdere, omdat de uitzetting mislukt was door het ontbreken van een transport-fax.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel op 18 december 2003 was opgeheven en dat de nieuwe maatregel terecht was opgelegd. Bij belangenafweging betrok de rechtbank de lange duur van de eerdere vrijheidsontneming, het ontbreken van criminele antecedenten en het feit dat de vreemdelinge bij haar broer in Nederland kan verblijven. Tevens was onzeker of de uitzetting op korte termijn zou plaatsvinden.
Gelet op deze omstandigheden woog het belang van de vreemdelinge zwaarder dan dat van verweerder bij voortduring van de maatregel. Het beroep werd gegrond verklaard en de maatregel opgeheven. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank heft de vrijheidsontnemende maatregel op omdat voortduring niet langer gerechtvaardigd is.