ECLI:NL:RBSGR:2003:AO3144
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen uitzettingsbesluit wegens reëel risico op foltering in Soedan
Eiser, een Soedanese asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van het vreemdelingenrecht nadat hij was ontsnapt aan dienstplicht in een volksmilitie. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees zijn aanvraag af, stellende dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij vluchteling was en dat zijn ontsnapping ongeloofwaardig was.
De rechtbank oordeelt dat de IND het voordeel van de twijfel aan eiser heeft gegeven wat betreft zijn leeftijd en ontsnapping, maar dat eiser geen vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag omdat zijn vrees niet gebaseerd is op een beschermde grond. Wel is vastgesteld dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op foltering of onmenselijke behandeling vanwege de toepassing van het militaire strafrecht in Soedan, waar desertie in oorlogstijd met de doodstraf kan worden bestraft.
De rechtbank stelt vast dat de IND onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen van terugkeer, mede gezien de oorlogssituatie in Zuid-Soedan en het feit dat op eiser bij zijn vlucht is geschoten. Hierdoor is het besluit onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid, wat strijdig is met de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de zaak terugverwezen voor heroverweging met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het risico op foltering bij terugkeer.