ECLI:NL:RBSGR:2003:AO3493
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. de Loor
- M.M. Smorenburg
- L.B.A. Wöltgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over premierestitutie op grond van onjuiste uitleg premieheffing
Eisers, ondernemingen die personeel in ploegendienst te werk stellen, vroegen het UWV om restitutie van teveel betaalde premies over de jaren 1996 tot en met 2001. Het UWV wees dit verzoek af en verklaarde de daarop volgende bezwaren ongegrond. Eisers stelden dat premies alleen over daadwerkelijk gewerkte dagen betaald moesten worden, verwijzend naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) uit 2001.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onterecht vasthield aan een systeem van premieheffing per premiebetalingstijdvak in plaats van per gewerkte dag, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de CSV. De rechtbank verwierp het standpunt van het UWV dat het verzoek een herzieningsverzoek betrof waarop artikel 4:6 Awb Pro van toepassing was, en oordeelde dat het UWV niet meer op dit artikel kon terugkomen nadat het al inhoudelijk had beslist.
De rechtbank concludeerde dat het UWV in redelijkheid niet had mogen weigeren om terug te komen op de premienota’s en dat de weigering in strijd was met de wettelijke systematiek van premieheffing. De beroepen werden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en het UWV werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van het UWV en draagt op tot nieuw besluit met correcte premieheffing per gewerkte dag.