ECLI:NL:RBSGR:2003:AO3856
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. van Bennekom
- C. Uriot
- B. Jong
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel en hoor en wederhoor
Eiser, van Iraakse nationaliteit en voormalig peshmerga, vroeg een verblijfsvergunning aan die werd geweigerd vanwege betrokkenheid bij ernstige misdrijven zoals bedoeld in artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag. De minister baseerde zich op een advies van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ), die echter in het midden had gelaten of artikel 1F, onder b, van toepassing was.
De rechtbank stelde vast dat de minister in het bestreden besluit afweek van het ACVZ-advies door eiser verantwoordelijk te houden voor misdrijven onder artikel 1F, onder b, zonder opnieuw advies te vragen. Hierdoor werd eiser niet in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven tijdens de bezwaarfase, wat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel van hoor en wederhoor.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.